Zorginstelling in financiële nood: wie moet u niet vergeten te bellen

Berichten over zorginstellingen in financieel zwaar weer blijven het nieuws domineren. Behalve het omvallen van veel kleine en grote zorgorganisaties draaien veel instellingen al jaren verlies. VWS heeft de faillissementen van het Ruwaard van Putten ziekenhuis (RvP) en het ziekenhuis de Sionsberg (Sionsberg) bestudeerd. Op basis van deze evaluatie en onze eigen ervaringen hebben we geïdentificeerd welke zorgspecifieke stakeholders in beeld komen bij een zorginstelling in financiële nood.

In het zicht van een faillissement moet door bestuur en toezicht plots rekening worden gehouden met allerlei formaliteiten, termijnen, informeerplichten en toestemmingsvereisten. Vergeet u er een, dan kan dat gelijk serieuze consequenties hebben. Een te late melding van betalingsonmacht bij de Belastingdienst kan bijvoorbeeld leiden tot bestuurdersaansprakelijkheid. Om u door dit verraderlijke woud van verplichtingen te loodsen, noemen we hieronder de zorgspecifieke instituties die u niet moet vergeten.

Zorginkopers

Naast banken kunnen zorginkopers een belangrijke financier van zorginstellingen zijn door middel van bevoorschotting. In die rol zullen zij al snel bij dreigende financiële problemen door de zorginstelling moeten worden geïnformeerd.

Daarnaast zijn verschillende zorginkopers (zorgverzekeraars, Wlz-uitvoerders en  gemeenten) vaak wettelijk verplicht de rechten van cliënten en patiënten op ononderbroken zorgverlening te borgen. Minister Schippers merkte in dit kader bijvoorbeeld op over de wettelijke zorgplicht van zorgverzekeraars dat zij bij acute liquiditeitsproblemen van zorginstellingen extra alert moeten reageren en alles moeten doen om te voorkomen dat de zorg aan patiënten in het gedrang komt.

Zorginkopers verplichten daarom zorginstellingen in hun contracten om hen te waarschuwen zodra de continuïteit van de zorgverlening in gevaar dreigt te komen (Early Warning systeem). Zo worden de zorginkopers in staat gesteld om tijdig maatregelen te kunnen nemen.

ACM / NZa

Voor Wlz- en Zvw-zorginstellingen in nood geldt dat een telefoontje naar de NZa kan helpen. De NZa houdt namelijk toezicht op de uitvoering van de zorgplicht door de zorgverzekeraars/Wlz-uitvoerders en kan, zoals bij het RvP en de Sionsberg is gebleken, druk uitoefenen op de betrokken zorgverzekeraars/Wlz-uitvoerders om snel actie te ondernemen.

Daarnaast kan in veel gevallen een melding bij de NZa en ACM verplicht zijn als in het kader van een redding een concentratie tot stand zal komen. Hier kan sprake van zijn bij het afstoten van een bedrijfsonderdeel, een fusie met een andere zorginstelling, een doorstart na faillissement of pre-pack. Een meldingstraject is echter funest voor de acute redding van een zorginstelling omdat een concentratie niet mag worden uitgevoerd zolang de NZa en ACM hierover geen besluit hebben genomen. Daarom kan bij beide instanties om een spoedprocedure worden verzocht. Meer informatie over deze spoedprocedures vindt u in dit artikel.

IGZ

Vanuit de IGZ is er extra aandacht voor de kwaliteit van zorg bij zorginstellingen die zich in zwaar weer bevinden, dan wel druk doende zijn met de uitvoering van een reddingsplan. De tijd en energie van de gehele organisatie richt zich in die periode logischerwijze meer op het “hoofd boven water houden” dan het “borgen van de kwaliteit van de zorgverlening”.

In de evaluatie van het faillissement van het RvP en de Sionsberg loven alle betrokkenen de constructieve opstelling van de IGZ. Juist in de doorstartfase bestond een behoefte aan zorginhoudelijke deskundigheid die de IGZ graag bereid was te verstrekken.

ROAZ/VWS

Indien de zorginstelling (ook) cruciale zorg levert (Wlz-zorg, spoedeisende hulp, acute verloskunde, ambulancezorg en crisis GGZ) kan een faillissement verstrekkende gevolgen hebben voor deze zorgverlening in de betreffende regio. Bij het RvP is om die reden het regionaal overleg acute zorg (ROAZ) op een gegeven gewaarschuwd voor een faillissement, zodat zij tijdig op dit scenario kon anticiperen.

Bij marktwerking in de zorg hoort een terughoudende rol van VWS bij een dreigend faillissement van zorginstelling, meldt Schippers in de evaluatie. Alleen in die gevallen waar zorgverzekeraars of Wlz-uitvoerders hun zorgplicht niet kunnen waarmaken en cruciale zorg in gevaar komt, zal de overheid ingrijpen. Toch is het raadzaam ook gelijk VWS in te lichten, zodat zij eventueel achter de schermen druk kan uitoefenen op de zorgverzekeraars, dan wel tijdig een eigen actieplan kunnen opstellen.

Medische aansprakelijkheidsverzekering

Zowel bij RvP als de Sionsberg verliep de medische aansprakelijkheidsverzekering automatisch bij het uitspreken van het faillissement. Indien in een reddingsplan is voorzien dat de zorginstelling na faillissement open zal blijven, is het cruciaal dat deze verzekering opnieuw wordt afgesloten. Daarnaast kan het noodzakelijk zijn om een “uitloopverzekering” te moeten afsluiten. Dat is een verzekering die schade dekt als gevolg van een medische handeling van vóór het faillissement, maar waarvan de gevolgen zich pas na faillissement openbaren.

Cliëntenraad

Is bij de zorginstelling een cliëntenraad ingesteld, dan moet deze over bepaalde belangrijke bestuursbesluiten om advies worden gevraagd. In de regel geldt dat – vanwege de daarin opgenomen bestuursbeslissingen – bij het bepalen van het reddingsplan ook het advies van de cliëntenraad moet worden meegewogen. Daarnaast moet het bestuur – nadat het advies is uitgebracht – ten minste eenmaal met de cliëntenraad hierover spreken. Ook is het mogelijk dat in een convenant aan de cliëntenraad verdergaande inspraakrechten zijn toegekend over bepaalde onderwerpen (bv. een instemmingsrecht). Het is daarom belangrijk alle bevoegdheden van de cliëntenraad goed in beeld te hebben.

De ervaring leert dat het – in urgente situaties – mogelijk is om met de cliëntenraad tot praktische afspraken te komen over de invulling van dit adviesrecht en eventuele andere inspraakrechten. Een goede verstandhouding met de cliëntenraad is daarbij wel een pré.

Waarborgfonds voor de Zorgsector

Indien de zorginstelling deelnemer is van het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WfZ) kunnen hieruit verplichtingen voortvloeien bij verslechterende financiële omstandigheden. Allereerst is de zorginstelling verplicht het WfZ hierover in te lichten. Voor zover het WfZ garant staat voor leningen van de zorginstelling, moet de toestemming van het fonds worden gevraagd over alle besluiten die – kort gezegd – van impact zijn op de financiële gesteldheid van de zorginstelling.

CIBG

Door een faillissement of surseance als zodanig verliest een zorginstelling niet zijn WTZi toelating. Wel kan het zo zijn dat door een doorstart, fusie, pre-pack of het afstoten van een bedrijfsonderdeel de organisatie van de zorginstelling zodanig wijzigt dat de WTZi-toelating wel komt te vervallen en een nieuwe aanvraag bij het CIBG moet worden ingediend.

Tot slot

Dit betreft slechts een overzicht van alle zorgspecifieke spelers die moeten worden betrokken bij (de redding van) een dreigende financiële malaise. De lijst van stakeholders die door de raden van bestuur en toezicht niet moeten vergeten, is echter veel langer: werknemers(vertegenwoordiging), banken, grote crediteuren of crediteuren met zekerheidsrechten, de Belastingdienst, het UWV en niet in de laatste plaats, gelet op de maatschappelijke functie van een zorginstelling, de getroffen patiënten en burgers uit de regio.

 

Adviezen en tips

Voor meer adviezen en tips over hoe te handelen bij zwaar financieel weer van uw zorginstellingen leest u ons whitepaper “Zorginstellingen in zwaar weer: de do’s en dont’s” of ons artikel over het adviesrecht van de OR tijdens faillissement. Meer lezen over de werking van de spoedprocedures van de NZa en de ACM kunt u hier.

Comments are closed.