Enquêteprocedure bij tegenstrijdig belang van bestuurder van zorginstelling

Dit artikel bespreekt een enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer ingesteld door een minderheidsaandeelhouder tegen bestuurder en meerderheidsaandeelhouder. Het benadrukt hoe cruciaal een goede governance structuur is.

Tegenstrijdig belang bestuurder zorginstelling leidt tot ingrijpen door Ondernemingskamer

Inleiding

Op 11 januari 2025 heeft de Ondernemingskamer (OK) van het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in een enquêteprocedure tegen een thuiszorginstelling (ECLI:NL:GHAMS:2025:41). De zaak draaide om het handelen van de bestuurder en tevens meerderheidsaandeelhouder, die werd beschuldigd van het handelen met een tegenstrijdig belang, het onthouden van informatie aan medeaandeelhouders, en het onzorgvuldig beheren van financiële middelen. De uitspraak benadrukt het belang van goed ondernemingsbestuur en inrichting van governance, zeker in de zorgsector, waar wordt gewerkt met publieke gelden.

Achtergrond

De thuiszorginstelling leverde tot november 2021 zorg onder de Wlz, Zvw en Wmo, in samenwerking met een stichting. Na een door bestuurder uitgevoerde herstructurering bleef de instelling zich uitsluitend richten op Wmo-zorg, terwijl de stichting de overige zorgvormen op zich nam. De bestuurder was grootaandeelhouder; de overige aandelen waren in handen van zijn vriend en schoonzus, de minderheidsaandeelhouders. De schoonzus diende bij de OK een enquêteverzoek in, waarin zij ernstige zorgen uitte over het handelen van de bestuurder.

Aanleiding voor het verzoek

Volgens de verzoekster had de bestuurder zonder overleg met de (andere) aandeelhouders besloten om de Wlz- en Zvw-zorg, die eerder in onderaanneming werd uitgevoerd door de thuiszorginstelling, volledig bij de stichting onder te brengen. De omzet van de thuiszorginstelling daalde daarnaast aanzienlijk.

Ook richtte de bestuurder twee nieuwe detacheringsbedrijven op waar een deel van het personeel van de thuiszorginstelling werd ondergebracht. Daarnaast richtte de bestuurder een subsidieadviesbureau op dat voor de stichting subsidies zou werven en hiervoor een percentage van het subsidiebedrag mocht houden.

De stichting maakte bij het uitvoeren van zorg gebruik van de detacheringsbedrijven en het subsidieadviesbureau waarin de bestuurder een financieel belang had. Hierdoor ontving hij via die routes aanzienlijke bedragen van de stichting. De andere aandeelhouders werden niet betrokken bij deze besluiten.

Verder constateerde de verzoekster diverse financiële onregelmatigheden. Zo werden jaarrekeningen niet of onjuist vastgesteld en niet tijdig gedeponeerd. Er was een rekening-courantverhouding met de bestuurder waarin wijzigingen waren aangebracht zonder besluitvorming in de aandeelhoudersvergadering. Ook de vergoedingsregeling was aangepast buiten medeweten van de minderheidsaandeelhouders.

Gedurende een langere periode bleef cruciale informatie over het beleid, de financiële situatie en de organisatie achterwege, ondanks herhaalde verzoeken van de minderheidsaandeelhouders om openheid. Daarmee schond de bestuurder het recht op informatie dat aandeelhouders hebben op basis van artikel 2:107 BW.

Oordeel van de Ondernemingskamer

De OK stelde vast dat er voldoende aanleiding was om te twijfelen aan een juist beleid en correcte gang van zaken bij het bestuur van de thuiszorginstelling. Zij oordeelde dat het aannemelijk was dat er door de bestuurder gehandeld was met een tegenstrijdig belang in de zin van artikel 2:239 lid 6 BW. Bestuurders behoren zich bij de vervulling van hun taak te richten naar het belang van de vennootschap en niet naar het eigen belang. Als een bestuurder van een vennootschap een persoonlijk belang heeft bij een besluit, dient hij zich op basis van de wet te onthouden van deelname aan de besluitvorming. Dit had de bestuurder niet gedaan. Het besluit wordt in zo’n geval genomen door de AVA.

In dit geval achtte de OK aannemelijk dat de bestuurder zijn persoonlijke belangen liet prevaleren boven die van de vennootschap en daarbij niet transparant handelde. De minderheidsaandeelhouders werden niet of nauwelijks geïnformeerd of betrokken bij belangrijke besluiten, die in de algemene vergadering genomen hadden moeten worden. De OK gelastte daarom een onderzoek naar het beleid van de vennootschap en benoemde een onafhankelijke bestuurder met doorslaggevende stem als onmiddellijke voorziening.

Opvallend is nog dat de Ondernemingskamer de Governancecode Zorg in deze uitspraak niet expliciet aangehaald, terwijl de Governancecode Zorg een uitgebreide regeling bevat over tegenstrijdig belang en hoe moet worden omgegaan met (ongewenste) belangenverstrengeling. Mogelijk vond de OK dit niet nodig, omdat het handelen van de bestuurder al voldeed aan de criteria voor tegenstrijdig belang uit boek 2 BW, en de OK het bespreken van deze zelfreguleringsnormen daarom overbodig vond.

Zie in dit kader ook de eerder door ons geschreven artikelen over governance in de zorg: hier, hier en hier.

Belang voor de zorgsector

Deze uitspraak laat zien dat ook in kleinere zorginstellingen, met eventueel familiaire banden, het naleven van governance-normen van groot belang is. Transparantie, correcte besluitvorming en informatieverstrekking aan aandeelhouders zijn essentiële onderdelen van professioneel bestuur. Wanneer de scheiding tussen persoonlijke en vennootschappelijke belangen vervaagt, is integere en transparante bedrijfsvoering nog belangrijker.

Comments are closed.