Eerder schreven wij over het Wetsvoorstel Integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders (Wibz) en de motivatie van het kabinet voor dit wetsvoorstel: het tegengaan van zorgfraude. Inmiddels heeft de Raad van State een advies uitgebracht. Het voorstel is aan de hand daarvan aangepast en eind januari 2025 ingediend bij de Tweede Kamer. In dit artikel beschrijven wij de belangrijkste aanpassingen.
Uitwerking probleemanalyse en onderbouwing noodzaak wet
De Raad van State adviseerde de wetgever om de probleemanalyse en de toelichting van de noodzaak van de wetgeving ten opzichte van de huidige wetgeving verder uit te werken. Dit is gedaan in de memorie van toelichting waarbij extra voorbeelden en onderzoeken zijn aangehaald en toegelicht. In de memorie van toelichting zijn tevens de wijzigingen in het nieuwe wetsvoorstel toegelicht. De belangrijkste wijzigingen worden hierna besproken.
Uitwerking voorwaarden winstuitkering
In plaats van de voorwaarden voor het doen winstuitkering op te nemen in lagere wetgeving (AMvB) zoals in het oude wetsvoorstel was voorgesteld, zijn de voorwaarden nu in het wetsvoorstel zelf verder uitgewerkt. De Raad van State had geadviseerd dit te doen om bij te dragen aan de rechtszekerheid. Lagere wetgeving kan makkelijker worden aangepast en was nog niet vormgegeven. Dit kan onzekerheid veroorzaken voor zorgaanbieders.
De voorwaarden voor het doen van een winstuitkering zijn de volgende:
- De IGJ heeft geen maatregel opgelegd in het kader van het verlenen van goede zorg- of jeugdhulp in de kader van de Wkkgz.
- De zorgaanbieder heeft maximaal twee jaar geleden de resultaten van een cliënttevredenheidsonderzoek openbaar gemaakt.
- De NZa heeft geen maatregel opgelegd vanwege tariefdelicten of het niet publiceren van informatie die in het kader van de transparantiebepalingen moeten worden gepubliceerd.
- De feitelijk leidinggevende of de zorgaanbieder zijn niet strafrechtelijk veroordeeld in verband met overtreding van de Wmg.
- De beslissing tot het doen van de winstuitkering is goedgekeurd door de dagelijkse of algemene leiding van de zorgaanbieder, en indien deze is ingesteld op basis van de Wtza, goedgekeurd door de interne toezichthouder.
- Redelijkerwijs is te voorzien dat de winstuitkering niet ten koste gaat van de kwaliteit en de continuïteit van de te verlenen zorg of jeugdhulp.
- Na de winstuitkering moet de zorgaanbieder kunnen blijven voldoen aan de opeisbare schulden.
- Na de winstuitkering is de current ratio van de zorgaanbieder ten minste 1,2 en het weerstandsvermogen ten minste 15%.
- De rentabiliteit van de zorgaanbieder is de afgelopen drie boekjaren gemiddeld ten minste 2%.
- De EBITDA-marge, of de EBITDAR-marge, van de zorgaanbieder is in de afgelopen drie boekjaren gemiddeld ten minste 4.
Aanvulling toelichting maatregelen disfunctionerende bestuurders en toezichthouders
De toelichting ten aanzien van de grondslag voor het intrekken of weigeren van een Wtza vergunning in geval van een “disfunctionerende (feitelijk) leidinggevenden of interne toezichthouder van de zorgaanbieder” is aangevuld. Benadrukt is dat de vergunning ingetrokken of geweigerd wordt, wanneer de (feitelijk) leidinggevende(n) of de interne toezichthouder van de zorgaanbieder een ‘ernstig risico vormt’ voor het ‘behoorlijk of rechtmatig bestuur’. In het aangepaste wetsvoorstel kan de vergunning ook worden ingetrokken wanneer sprake is van een weigeringsgrond van de vergunning. Per geval zullen bij intrekking van een vergunning de consequenties moeten worden afgewogen met alle betrokkenen, zoals de IGJ, NZa en de zorgverzekeraars. Deze toelichting is aangevuld om zo duidelijk te maken dat een vergunning in uiterste gevallen ingetrokken of geweigerd kan worden op deze grond en steeds bekeken moet worden of dit een passende maatregel is gezien de gevolgen voor de toegankelijkheid en continuïteit van de zorg.
Toelichting en concretisering normen integere bedrijfsvoering
De eerst algemeen geformuleerde norm ter bevordering van integere bedrijfsvoering is in het gewijzigde voorstel geconcretiseerd. Hiermee beoogt de wetgever eventuele doorkruising van de Governancecode Zorg te vermijden. De volgende twee normen zijn opgenomen in het nieuwe voorstel:
1) het maken van marktconforme afspraken bij van betekenis zijnde transacties met:
a. een verbonden partij als bedoeld in de door de International Accounting Standards Board vastgestelde en door de Europese Commissie goedgekeurde standaarden; of
b. een echtgenoot of andere levensgezel, pleegkind, of bloed- of aanverwant tot in de tweede graad van de leden van de dagelijkse of algemene leiding van de zorgaanbieder of van de interne toezichthouder.
2) geen onverantwoorde risico’s nemen bij het aantrekken of terugbetalen van eigen of vreemd vermogen.
Conclusie
Het aangepaste wetvoorstel en bijbehorende documenten bevatten een uitbreiding van de memorie van toelichting en een concretisering van normen in het wetsvoorstel zelf. Het wetsvoorstel heeft kortom een verduidelijkingsslag gehad. Over de noodzaak en relevantie van het wetsvoorstel valt nog steeds te twisten. Dit nieuwe voorstel met toelichting geeft in ieder geval meer inzage in de redenatie van de wetgever.
Het aangepaste wetsvoorstel is op 29 januari 2025 ingediend bij de Tweede Kamer. Het is onduidelijk of, en wanneer, het wetsvoorstel (in deze vorm) aangenomen wordt door de Tweede Kamer. Na behandeling door de Tweede Kamer zal het wetsvoorstel ter goedkeuring aan de Eerste Kamer worden voorgelegd. Deze kan het wetsvoorstel slechts aannemen of verwerpen en niet meer wijzigen.
Dit artikel is geschreven door Floor Cornelissen.