Bedrijfsvoering in de zorg: het belang van integriteit en transparantie. Deel 2: Buurtzorg

De recente uitspraak over tegenstrijdige belangen bij Buurtzorg en het rapport van IGJ over Alliade onderstrepen het belang van goed bestuur, adequaat toezicht en een integere bedrijfsvoering. IGJ en NZa stellen gezamenlijk nieuwe wetgeving voor om dit te borgen en te kunnen handhaven. In het eerste deel van dit artikel trokken wij lessen uit de Alliade onderzoeken. In dit deel nemen we de Buurtzorg casus onder de loep.

Oproep IGJ en NZa voor nieuwe, duidelijke wettelijke norm

Op 5 maart jl hebben de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) gezamenlijk opgeroepen tot het introduceren in de wet van een duidelijke, open norm voor een integere en professionele bedrijfsvoering in de zorgsector. In deel een van dit artikel leest u welke wetswijzigingen IGJ en NZa voorstellen.

Buurtzorg: schijn van belangenverstrengeling

De oproep van de IGJ en de NZa volgt daags na een uitspraak van de Governancecommissie Gezondheidszorg inzake het bestuur en de bedrijfsvoering van Buurtzorg. Op 26 februari 2019 oordeelde de Governancecommissie Gezondheidszorg dat de situatie dat de enig bestuurder van Buurtzorg tevens (indirect) de meerderheid van de aandelen houdt in een vennootschap waar Buurtzorg mee contracteert, in beginsel de schijn van belangenverstrengeling oplevert in de zin van artikel 2.6.1 van de Governancecode Zorg . Dit artikel luidt: “Elke vorm van persoonlijke bevoordeling dan wel belangenverstrengeling van enig lid van de raad van bestuur of van de raad van toezicht en de zorgorganisatie wordt voorkomen en de schijn hiervan wordt vermeden.” De Governancecommissie legt het feit dat “de schijn” moet worden voorkomen zo uit dat het er niet alleen om gaat om het vermijden van persoonlijke bevoordeling of belangenverstrengeling maar ook om een bestuurlijke constellatie die de schijn daarvan oproept.

Indirect aandelenbezit levert schijn op

Het feit dat de enige statutaire bestuurder van Buurtzorg contracteert met een vennootschap waarvan hij indirect de meerderheid of zelfs minderheid van de aandelen houdt, is volgens de Governancecommissie genoeg om de schijn van belangenverstrengeling aan te nemen. Dat de bestuurder van Buurtzorg géén statutair bestuurder is van de vennootschappen waarmee Buurtzorg contracteert, doet hier niet aan af. De Governancecommissie oordeelt dat de enige bestuurder van Buurtzorg een eigen, persoonlijk belang heeft bij de resultaten van de contractspartijen van Buurtzorg en dat de bestuurder van die vennootschappen daar rekening mee moet houden. De schijn is daarmee gegeven.

Geen rechtvaardiging

De Governancecommissie Gezondheidszorg heeft onderzocht of de bestuurlijke en andere voorzieningen die Buurtzorg had getroffen er toe hebben geleid dat er geen strijd meer met de Governancecode Zorg is. De Governancecommissie komt tot het oordeel dat dit niet zo is. Net als dat Buurtzorg er niet in is geslaagd redenen aan te dragen die een voldoende rechtvaardiging opleveren voor de schending van de Governancecode Zorg. Hierbij is onder meer belangrijk dat de contracten die Buurtzorg heeft gesloten met entiteiten waar diens bestuurder een (indirect) belang heeft, “een levensvoorwaarde” voor Buurtzorg zijn. Het Buurtzorg concept is ondergebracht bij één van die private entiteiten en de succesvolle werkwijze van Buurtzorg is hiervan in wezenlijke mate afhankelijk. Zoals de Governancecommissie concludeert: “zij heeft in feite geen keuze”.

Ondernemen met verbonden partijen: hoe voorkom je schijn van belangenverstrengeling?

De norm in de Governancecode Zorg over het voorkomen van belangenverstrengeling én het vermijden van de schijn ervan, is heel expliciet. Afwijken lijkt, zelfs met de onderbouwing dat het voordelen oplevert voor de zorgorganisatie, heel lastig. Gezien de uitspraak van de Governancecommissie, rijst de vraag op welke wijze contracteren tussen ondernemingen waarbij de zorgondernemer aan beide kanten van de tafel een positie inneemt als bestuurder en/of als indirect aandeelhouder nog mogelijk is. Wij denken dat dit nog kan als aan de volgende waarborgen wordt voldaan:
• Er is een meerhoofdig bestuur en tenminste één bestuurder heeft geen banden met de contractspartij;
• Leg in de statuten vast dat de geconflicteerde bestuurder zich onthoudt van beraadslaging en besluitvorming over de te sluiten contracten;
• De goedkeuring van de raad van toezicht wordt gevraagd en verkregen;
• Er bestaan alternatieven voor de contractering (het feit dat de contracten een “levensvoorwaarde” zijn voor de zorginstelling, zal vrij snel de schijn van belangenverstrengeling meebrengen);
• Er wordt gecontracteerd tegen marktconforme tarieven en er is daadwerkelijk onderzoek gedaan naar de alternatieven.

Lees ook ons artikel over de Alliade onderzoeken met tips over het voorkomen van schijn van belangenverstrengeling en het zorgen voor waarborgen bij het doen van transacties in de zorg.

 

Auteur:

Fenna van Dijk

Comments are closed.