In januari is er een tweetal uitspraken gedaan door het Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam waarbij in een van de uitspraken een arts, en in de andere uitspraak een verpleegkundige, een maatregel opgelegd heeft gekregen. Er waren voorbehouden handelingen niet op de juiste wijze althans, niet onder de juiste vorm van toezicht uitgevoerd. In dit artikel wordt ingegaan op de uitspraak over de klachten jegens de arts (ECLI:NL:TGZRAMS:2025:17).
Voorbehouden handelingen
Onderscheid kan worden gemaakt tussen voorbehouden en niet voorbehouden handelingen in de zorg. Voorbehouden handelingen zijn handelingen die alleen door bevoegd en bekwaam personeel mogen worden uitgevoerd. Er zijn 14 categorieën voorbehouden handelingen. Voorbeelden van deze categorieën zijn het toepassen van defibrillatie, het onder narcose brengen of het toedienen van injecties.
Zelfstandig of niet zelfstandig bevoegd
In de artikelen 35-39 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) is de regeling van voorbehouden handelingen neergelegd. Onderscheid is hier gemaakt tussen beroepsbeoefenaren die zelfstandig bevoegd zijn en die niet zelfstandig bevoegd zijn om voorbehouden handelingen uit te voeren. Als een beroepsbeoefenaar niet zelfstandig bevoegd is, mag deze in bepaalde gevallen en onder bepaalde voorwaarden in opdracht van een zelfstandig bevoegde wel een voorbehouden handeling uitvoeren. Noodzakelijk daarbij is dat de persoon die de handeling feitelijk uitvoert ook bekwaam is de handeling te verrichten.
De uitspraak
Feiten
Patiënt werd in een kliniek voor huidbehandelingen, cosmetische fillers en botox gezien door een arts. De arts besprak de behandelwensen en gezondheidssituatie, nam anamnese af, maakte foto’s en gaf een behandeladvies en voorstel aan de patiënt. Patiënt ging daarmee akkoord door ondertekening van het informed consent formulier. Vervolgens heeft de arts botox en fillers op verschillende plekken in het gezicht van de patiënt geïnjecteerd.
Na behandeling klaagde patiënt over het resultaat, waarop een afspraak werd gemaakt voor een gesprek met de verpleegkundige. In dit gesprek deed de verpleegkundige, na telefonisch overleg met de arts, een nieuw behandelvoorstel. Patiënt ging hiermee akkoord door ondertekening van een informed consentformulier, waarna de verpleegkundige fillers en een oplosmiddel voor oude fillers inspoot.
Klachten
De klacht van de patiënt bij het Tuchtcollege hield in dat de kwaliteit van de behandeling onvoldoende was. Patiënt verweet de arts dat de verpleegkundige niet bevoegd en bekwaam was en dat de nazorg onvoldoende was. Ook klaagde patiënt dat de dossiervoering van onvoldoende kwaliteit was.
Beoordeling klacht supervisie arts
Het Tuchtcollege oordeelde dat het injecteren met botox en filler een voorbehouden handeling is. Het College haalde een standpunt van de Inspectie van Volksgezondheid en Jeugd aan waaruit volgt dat dit type injecties alleen door BIG-geregistreerde zorgverleners mogen worden uitgevoerd, of door zorgverleners onder supervisie van een BIG-geregistreerde.
Voor botox en fillers is volgens het College niet duidelijk of alleen artsen dit mogen doen of ook verpleegkundigen als een arts betrokken is. Voor de beoordeling van deze klacht acht het College dit niet van belang, omdat in beide gevallen hoe dan ook een arts betrokken had moeten worden. Het College kan niet vaststellen dat de behandeling onjuist is uitgevoerd, maar vindt de supervisie niet voldoende. De verpleegkundige was alleen in de kliniek en de arts was niet aanwezig. Er moet een arts aanwezig of in directe nabijheid zijn van de behandeling om in te kunnen grijpen bij complicaties. De arts kon niet volstaan met een telefonisch gesprek als wijze van supervisie. De klacht jegens de arts werd daarom gegrond verklaard en er werd een maatregel van berisping opgelegd.
Conclusie
Bij voorbehouden handelingen moet er steeds naar de specifieke situatie gekeken worden om te beoordelen of beroepsbeoefenaren de handeling wel of niet zelfstandig mogen uitvoeren. De BIG-geregistreerde beroepsbeoefenaar moet ten minste bevoegd en bekwaam worden geacht de handeling uit te voeren. Uit deze besproken uitspraak volgt in ieder geval dat telefonisch contact tussen een verpleegkundige en een arts, die niet aanwezig of in directe nabijheid is, in dit geval niet volstond.
Extra informatie en/of vragen?
Heeft u naar aanleiding van dit artikel behoefte aan extra informatie of heeft u vragen? Neem dan contact op met ons.
Dit artikel is geschreven door Floor Cornelissen.