Zaak-Heringa: het is en blijft alleen een arts die hulp bij zelfdoding mag verlenen

Mag een familielid een hoogbejaarde persoon die niet verder wil leven helpen bij zelfdoding? Een hoogbejaarde die niet langer wil leven omdat zij het leven moe is en een groot gevoel van zinloosheid ervaart? Of is dat alleen aan artsen voorbehouden volgens de strikte voorwaarden van de euthanasiewet? Over deze belangrijke en principiële vraag deed het Gerechtshof Den Bosch gisteren uitspraak, nadat de Hoge Raad de zaak daarnaar toe had verwezen.

Uitspraak

Het Hof Den Bosch oordeelde dat de zoon (Albert Heringa) die zijn 99-jarige moeder (op haar verzoek) had geholpen bij haar zelfdoding strafbaar was aan hulp bij zelfdoding (art. 294 Sr.) en dat hem geen beroep toekwam op een strafuitsluitingsgrond (zoals overmacht-noodtoestand). Opmerkelijk is dat Heringa 6 maanden gevangenisstraf voorwaardelijk kreeg opgelegd, terwijl het OM 3 maanden had geëist. Dat gebeurt zelden. Het Hof wilde daarmee naar mijn indruk het gewicht en het fundamentele karakter van de uitspraak benadrukken.

Te verwachten?

Was deze uitspraak voorzienbaar? Ja, want de Hoge Raad had al bepaald dat het handelen van Heringa alleen zou kunnen worden toegestaan als sprake was geweest van zeer bijzondere omstandigheden en dat oordeel had het Hof Arnhem-Leeuwarden onvoldoende gemotiveerd. Met andere woorden: een beroep op overmacht-noodtoestand door een niet-arts kan alleen slagen in zeer zeldzame gevallen.

Kern

De portee van de uitspraak is als volgt: de euthanasiewet is geschreven voor artsen en niet voor leken/familieleden. Dat is een heel belangrijke en fundamentele keuze van de wetgever. Over de euthanasiewet is 30 jaar lang nagedacht door artsen, juristen, de politiek en betrokken burgers. Uiteindelijk is er in 2002 een wet gekomen die heel veel waarborgen biedt tegen misbruik en andere risico’s rondom het opzettelijk beëindigen van een leven. Die wettelijke waarborgen worden “zorgvuldigheidseisen” genoemd.

Zorgvuldigheid

De belangrijkste zorgvuldigheidseisen zijn dat een arts moet toetsen of degene die dood wil ondraaglijk en uitzichtloos lijdt en of hij een vrijwillig en weloverwogen verzoek heeft gedaan. Over die toetsing is onder artsen veel deskundigheid opgebouwd. Het gaat dan om vragen als: ‘Is er nog iets te doen aan iemands lijden? Kan iemands situatie zo verbeterd worden dat hij misschien toch wil doorleven? Is de persoon die dood wil wilsbekwaam? Ervaart hij geen druk van derden?’ Dit zijn heel wezenlijke vragen. Een medische leek heeft die kennis niet. Daar komt nog bij dat een familielid heel dicht op de hulpvrager staat; er is geen professionele distantie. Ook als de bedoelingen van degene die helpt met zelfdoding goed zijn, blijven deze risico’s reëel: gebrek aan deskundigheid en gebrek aan distantie. Een ander belangrijk gevaar is dat er geen toets door een tweede, onafhankelijke arts heeft plaatsgevonden, zoals de wet die voorschrijft.

Euthanasiewet

Eigenlijk is deze uitspraak gedaan ter bescherming van de euthanasiewet. Onze euthanasiewet is uniek in de wereld. Wij waren het eerste land ter wereld met een wet over euthanasie. Inmiddels zijn er meer landen, maar geen een wet is zo progressief en biedt zo veel mogelijkheden aan patiënten met een doodswens. In Nederland is euthanasie mogelijk niet alleen bij lichamelijk lijden, maar ook bij psychisch lijden. En ook hoef je niet terminaal te zijn. Dat is heel bijzonder.

Wij moeten onze wet beschermen. Er kan al heel veel onder de wet. Ook voor hoogbejaarde mensen die niet meer verder willen leven.

Ouderdomsklachten

De toetsingscommissie euthanasie heeft bepaald dat euthanasie ook mogelijk is bij een stapeling van ouderdomsklachten. Dat betekent dat oude mensen die niet verder willen leven omdat ze allerlei kwalen en gebreken hebben die met de ouderdom te maken hebben en die hen zeer beperken in hun leven, onder bepaalde omstandigheden al euthanasie kunnen krijgen, al dan niet door een arts van de Levenseindekliniek. Bij die mensen speelt ook vaak een gevoel van zinloosheid. Dat kan een deel van het lijden zijn. Echter, als dat gevoel van zinloosheid en leegte het enige is waar de doodswens op is gebaseerd, valt het euthansieverzoek buiten de euthanasiewet. Er moeten dus altijd ook medische klachten zijn. Dat betekent dat we onder ogen moeten zien dat er mensen zijn die buiten de wet vallen en dat is natuurlijk erg tragisch. Die mensen kunnen ontzettend lijden aan het leven. Maar op dit moment is daar nog geen oplossing voor. De maatschappelijke en politieke discussie hierover is ook nog in volle gang.

Ruimte

Het is verstandig niet uit het oog te verliezen dat de euthanasiewet ruimte biedt voor vele ontwikkelingen, door de open normen van de wet. Bedenk dat heel veel mensen wel onder de euthanasiewet vallen, ook hoogbejaarden wiens lijden deels van psychische en/of existentiële aard is. Artsen benutten nog altijd niet alle ruimte die de euthanasiewet biedt, dus er is (legaal!) zeker meer mogelijk dan er nu gebeurt. Maar wel door een arts.

Over de auteur

  • Esther Pans

    Esther is gespecialiseerd in gezondheidsrecht, medisch tuchtrecht en medisch aansprakelijkheidsrecht.

Comments are closed.

Cookie instellingen