Bestuur en toezicht bij verenigingen en stichtingen aangescherpt

Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen komt er nu echt aan!

Op 8 juni jl. is het Wetsvoorstel Bestuur en Toezicht Rechtspersonen eindelijk ingediend bij de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel heeft als doel de regeling voor bestuur en toezicht bij de verschillende soorten rechtspersonen aan te vullen en te verduidelijken. Dit zorgt vooral voor een aanscherping van het wettelijk kader (met mogelijk verhoogde aansprakelijkheid) bij de in de semipublieke sector vaak gebruikte rechtsvormen vereniging en de stichting, maar ook de coöperatie en de onderlinge waarborgmaatschappij worden onder handen genomen.
In de consultatiefase in 2014 over het voorontwerp was er veel reuring over de aanscherping van het bestuur en toezicht die deze wet teweeg zou brengen. Lees meer hierover in ons eerder gepubliceerde artikel ‘Semipublieke sector opgelet: verscherping bestuur en toezicht bij verenigingen en stichtingen’. Na bijna 2 jaar wachten is dan nu eindelijk het Wetsvoorstel Bestuur en Toezicht Rechtspersonen ingediend.

Een paar scherpe randjes uit het voorontwerp zijn verdwenen, maar grotendeels is de uniformeringsoperatie van het bestuur en toezicht voor alle rechtspersonen gehandhaafd.
Dit zorgt vooral voor toevoegingen aan de algemene bepalingen van Boek 2 en wel bij artikelen 9  t/m 11.

Verschillende regels voor verschillende rechtspersonen

Aanleiding voor het wetsvoorstel is dat de bestaande regelingen voor behoorlijk bestuur en toezicht niet hetzelfde zijn bij alle rechtspersonen. Er bestaan verschillen tussen NV’s, BV’s en coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen aan de ene kant en stichtingen en verenigingen aan de andere kant. Ook gelden er verschillende regelingen voor commerciële en niet commerciële verenigingen en stichtingen. Deze verschillen leiden tot onduidelijkheid. Hierdoor weten bestuurders en toezichthouders niet goed waar zij aan toe zijn. Dit draagt niet bij aan een behoorlijke taakvervulling door bestuurders en toezichthouders bij verenigingen en stichtingen, zoals wel blijkt uit de verschillende recente schandalen rondom semipublieke stichtingen, verenigingen en coöperaties. Daarom wordt er een voor alle rechtspersonen uniforme regeling geïntroduceerd.

De 8 belangrijkste wijzigingen op een rij:

1. Wettelijke grondslag voor de instelling van een toezichthoudend orgaan bij verenigingen en stichtingen
Op dit moment is er voor de instelling van een toezichthoudend orgaan bij een vereniging of stichting nog geen uitdrukkelijke wettelijke grondslag. Dit wetsvoorstel creëert deze grondslag.

2. Uniformering van de norm waarnaar bestuurders en toezichthouders zich moeten richten
In tegenstelling tot NV’s en BV’s is voor verenigingen en stichtingen in de wet nog niet uitdrukkelijk een norm vastgelegd waarnaar bestuurders en toezichthouders zich bij de vervulling van hun taak moeten richten. Het wetsvoorstel bepaalt voor alle rechtspersonen dat bestuurders en toezichthouders zich bij de vervulling van hun taak moeten richten naar het belang van de rechtspersoon en de aan hem verbonden organisatie.

3. Wettelijke grondslag voor monistisch bestuurssysteem bij de vereniging, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij en stichting
Voor de NV en de BV bestaat al sinds 2013 de mogelijkheid om te kiezen voor een monistisch bestuursmodel;  een bestuurssysteem zonder afzonderlijk toezichthoudend orgaan, maar waarin de toezichthoudende functie vervuld wordt door niet-uitvoerende bestuurders. Uit de consultatie is gebleken dat ook bij verenigingen en stichtingen behoefte bestaat om een monistisch bestuursmodel te hanteren.

4. Uniformering tegenstrijdig belang regeling
Momenteel is er nog geen wettelijke tegenstrijdig belangregeling voor bestuurders en toezichthouders van verenigingen en stichtingen in die zin dat er een algemeen geldend wettelijk verbod is tot deelnemen aan de beraadslaging en besluitvorming bij een tegenstrijdig belang. In sommige sectorale governance codes is al wel het een en ander geregeld aangaande tegenstrijdig belang. Het wetsvoorstel beoogt de wettelijke besluitvormingsregeling bij tegenstrijdig belang te doen gelden voor alle rechtspersonen en dus ook voor de vereniging, stichting, coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij.

5. Uniformering faillissementsaansprakelijkheid bestuurders en toezichthouders
Het wetsvoorstel beoogt een duidelijke algemene regeling te geven voor aansprakelijkstelling van bestuurders en commissarissen bij faillissement. Met het wetsvoorstel wordt in artikel 2:9c BW een uniforme regeling gegeven voor aansprakelijkstelling van bestuurders door de faillissementscurator en in artikel 2:11c BW een uniforme regeling voor toezichthouders (of wel commissarissen). Met dit voorstel wordt de faillissementsaansprakelijkheid ook expliciet uitgebreid naar bestuurders en toezichthouders van informele verenigingen en stichtingen die niet onderworpen zijn aan de heffing van vennootschapsbelasting. Mede naar aanleiding van de reacties bij de consultatie, wordt de regeling wel aangevuld om meer bescherming te bieden aan onbezoldigde bestuurders en toezichthouders van niet commerciële/informele verenigingen en stichtingen. Deze aanvulling heeft als bedoeling te voorkomen dat vrijwilligers ten onrechte worden weerhouden om zich in te zetten als bestuurder of commissaris van bijvoorbeeld een buurtvereniging of een kleine sportvereniging.

6. Uniformering interne persoonlijke aansprakelijkheid toezichthouders
Naast de introductie van een uniforme faillissementsaansprakelijkheidsregeling wordt ook de hoofdelijke aansprakelijkheid voor bestuurders in de zin van artikel 2:9 BW uitgebreid naar toezichthouders van verenigingen en stichtingen in het nieuwe artikel 2:11b BW. De introductie van de hoofdelijkheid is een duidelijke uitbreiding van de aansprakelijkheidsrisico’s van toezichthouders. De norm van artikel 2:9 BW werkt blijkens de jurisprudentie nu wel door bij de aansprakelijkheid van een toezichthouder in de zin van artikel 6:162 BW, maar er is geen sprake van hoofdelijke aansprakelijkheid. Voor elke toezichthouder dient nu steeds een persoonlijk ernstig verwijt aannemelijk te worden gemaakt voordat sprake kan zijn van aansprakelijkheid.

7. Uitbreiding gronden voor ontslag van bestuurders en toezichthouders bij stichtingen
Bij stichtingen is het op basis van de huidige wettelijke regeling moeilijk in te grijpen als een bestuurder of toezichthouder niet goed functioneert. Volgens de jurisprudentie kan ontslag slechts aan de orde zijn in geval redelijkerwijs geen twijfel kon bestaan over de onrechtmatigheid van het handelen of wanneer sprake is van financieel wanbeheer. Deze situatie is onwenselijk en kan de continuïteit van de stichting in gevaar brengen. In de semipublieke sector kan dit zelfs tot gevolg hebben dat de uitvoering van diensten of taken van publiek belang in gevaar komt. Met het oog hierop wordt voorgesteld dat een bestuurder en/of toezichthouder kan worden ontslagen door de rechter op verzoek van belanghebbende of Openbaar Ministerie wegens verwaarlozing van taken, wegens andere gewichtige redenen, wegens ingrijpende wijziging van omstandigheden op grond waarvan het voortduren van het bestuurderschap in redelijkheid niet geduld kan worden, en wegens het niet of niet behoorlijk voldoen aan een bevel van de voorzieningenrechter. Met deze regeling wordt aangesloten bij de criteria voor ontslag van een commissaris van een structuurvennootschap door de Ondernemingskamer. De voorgestelde regeling past beter bij de functie die stichtingen tegenwoordig in het maatschappelijke en economische verkeer vervullen.

8. Uniformering informatieverschaffing aan toezichthouder
Het wetsvoorstel introduceert een uniforme regeling voor de informatieverschaffing van het bestuur aan de toezichthouder. De hoofdregel is dat het bestuur de toezichthouders tijdig de voor de uitvoering van de diens taak noodzakelijke gegevens verschaft. Het bestuur dient de toezichthouders ten minste eens per jaar schriftelijk op de hoogte te stellen van de hoofdlijnen van het strategisch beleid van de algemene en financiële risico’s en van de gebruikte beheers- en controlesystemen.

Verwachte inwerkingtreding wetsvoorstel

Het Wetsvoorstel is op 8 juni jl. ingediend bij de Tweede Kamer. Gezien de politieke prioriteit is de verwachting dat deze wet redelijk soepel door de Tweede Kamer en Eerste Kamer zal gaan. Invoering van de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen per 1 januari 2017 is dus goed mogelijk. Met de voorgestelde regeling beoogt de wetgever een beter hanteerbaar en daarmee ook aantrekkelijker ondernemingsrecht te creëren. De verduidelijkte en aangevulde regels kunnen wat ons betreft wel tot een verhoogde claimdruk leiden richting bestuurders en toezichthouders.

Kennedy Van der Laan volgt de ontwikkelingen rond het Wetsvoorstel Bestuur en Toezicht Rechtspersonen op de voet en zal hierover in de komende tijd geregeld publiceren.

Comments are closed.