Patiënte wint kort geding over vertrek uit zorginstelling voor euthanasie

Tot twee keer toe moest de voorzieningenrechter eraan te pas komen om een zorginstelling in Zeeland, Stichting WVO Zorg, te dwingen een 80-jarige patiënte te laten vertrekken uit de instelling om elders euthanasie verleend te krijgen. Esther Pans, advocaat Gezondheidsrecht bij Kennedy Van der Laan, stond de patiënte bij. De patiënte werd in beide kort gedingen in het gelijk gesteld.

De 80-jarige patiënte was na een beroerte grotendeels verlamd geraakt en ondervond cognitieve beperkingen. Zij verbleef in zorginstelling Ter Reede te Vlissingen, vallend onder WVO Zorg. Sinds anderhalf jaar koesterde zij een euthanasiewens. Haar behandelend arts bij de zorginstelling had haar van meet af aan te kennen gegeven haar geen euthanasie te willen verlenen en ook niet goed te keuren dat de euthanasie in de instelling zou plaatsvinden. Daarop had de patiënte zich gewend tot een arts van de Stichting Levenseindekliniek. Deze had, op basis van een uitvoerig onderzoek, geoordeeld dat de patiënte voldeed aan de zorgvuldigheidseisen van de euthanasiewet, de Wet Toetsing Levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (“Wtl 2002”). Daarop had de arts een tweede onafhankelijke arts ingeschakeld, een SCEN-arts, die ook oordeelde dat aan alle zorgvuldigheidseisen van de Wtl 2002 was voldaan. Ten slotte werd nog een onafhankelijke psychiater ingeschakeld om de wilsbekwaamheid van de patiënte te toetsen. De psychiater oordeelde dat de patiënte volledig wilsbekwaam was ten aanzien van haar euthanasiewens. Op basis van deze bevindingen werd een datum voor de euthanasie vastgesteld en begon de patiënte met het nemen van afscheid van haar kinderen, kleinkinderen en vrienden.

Kort voor de geplande euthanasiedatum liet de instelling de patiënte evenwel weten dat zij haar niet wilsbekwaam achtten en dat zij de patiënte derhalve “niet zouden laten gaan”. Met andere woorden: zij weigerden mee te werken aan de opzegging van de behandelingsovereenkomst van de patiënte met de instelling en dreigden haar vertrek uit de instelling te zullen beletten. De instelling baseerde zich daarbij op de mening van de behandelend arts van de patiënte en op een algemeen cognitief onderzoek dat de psycholoog van de instelling had uitgevoerd. De zorginstelling ging daaraan voorbij aan de onderzoeken van de arts van de Levenseindekliniek, de SCEN-arts en de psychiater. Een bespreking met de directie van de instelling liep op niets uit.

Daarop stapte de patiënte naar de voorzieningenrechter in Middelburg om aldus in kort geding af te dwingen dat WVO Zorg haar vertrek niet zou beletten en rustig zou laten verlopen. Bij vonnis van 15 april 2015 stelde de voorzieningenrechter in Middelburg de patiënte in het gelijk, waarop de instelling onmiddellijk een executie-kort geding bij de Rechtbank te Utrecht instelde om de tenuitvoerlegging van het vonnis tegen te houden. Op 21 april 2015 besliste de Rechtbank in Utrecht dat het vonnis van 15 april 2015 ten uitvoer kon worden gelegd, waarbij de rechter zich ter zitting en in het vonnis in ongekend scherpe bewoordingen uitliet tegen de bestuurder van de instelling over de handelwijze van de instelling tegenover de patiënte (“Ik ga ervan uit dat u de wens van mevrouw respecteert. Dat is het laatste dat u voor haar kunt betekenen. Ik hoop dat u niet weer iets verzint om het tegen te houden”). Kort daarop is de patiënte in alle rust overleden.

Eerste rechtszaak over respecteren euthanasiewet

Het is voor het eerst dat in Nederland een rechtszaak is gevoerd door een patiënt tegen een instelling die weigert mee te werken aan het vertrek van een patiënte die euthanasie wil krijgen. In feite ging deze rechtszaak over het respecteren van de euthanasiewet. WVO had met haar eigengereide optreden deze wet aan haar laars gelapt en de rechter floot de instelling hierin – terecht – terug. De Wtl 2002 is nu 13 jaar in werking. Sindsdien is euthanasie in Nederland gedecriminaliseerd en gedejuridiseerd, zoals ook de bedoeling van de wet was. Het handelen van de arts die euthanasie verleent conform de zorgvuldigheidseisen van de Wtl wordt in principe alleen getoetst door (een van de vijf) multidisciplinaire toetsingscommissies euthanasie. De rechter of het OM komen daar niet meer aan te pas. Dat in dit geval tot twee maal toe de kortgedingrechter moest worden ingeschakeld om een patiënte te kunnen laten vertrekken uit een zorginstelling om elders euthanasie verleend te krijgen is een betreurenswaardige mijlpaal.

Diverse media hebben over deze zaak bericht. Lees hier enkele artikelen terug:

Lees meer over euthanasiewetgeving in Nederland op Recht in de zorg:

Op woensdag 10 juni 2015 heeft minister Schippers haar antwoorden gepubliceerd op de Kamervragen die over deze zaak werden gesteld.

Comments are closed.