De cliëntenraad: een factor van belang bij fusies en reorganisaties

Onlangs is in een uitspraak van de Ondernemingskamer erkend dat aan cliëntenraden bij fusies en reorganisaties van (zorg)instellingen een grote rol dient te worden toebedeeld als gespreks- en adviespartner.

Het betrof een zaak tegen het Zuwe Hofpoort ziekenhuis die door de eigen cliëntenraad bij de Ondernemingskamer was aangespannen. De cliëntenraad voelde zich gepasseerd nadat de medische staven van Zuwe Hofpoort en fusiepartner Antonius ziekenhuis op een eerder moment dan de cliëntenraad gevraagd waren te stemmen over een voorkeursscenario. Het voorkeursscenario omvatte het plan om het Zuwe Hofpoort Ziekenhuis na de fusie als poliklinisch ziekenhuis voort te laten gaan. Als gevolg hiervan zou de zorg in Woerden komen te vervallen. Hierbij heeft de cliëntenraad als belangenpartij een alternatief plan opgesteld, maar voelde zich desondanks te weinig in staat gesteld om een adviserende rol te spelen in de fusie. De cliëntenraad deed daarom een beroep op zijn enquêterecht. Zie voor een uitleg over het enquêterecht het artikel van Simon van IJsendoorn: Medezeggenschap in de zorg: de cliëntenraad. De cliëntenraad beargumenteerde bij de Ondernemingskamer dat het Zuwe Hofpoort Ziekenhuis handelde in strijd met artikel 3 WMCZ en de Zorgbrede Governancecode door het adviesrecht van de cliëntenraad stelselmatig te negeren. Volgens de cliëntenraad zou het fusietraject na het besluit van de medische staven zodanig definitief zijn, dat zijn advies niet meer van wezenlijke invloed op het besluit zou kunnen zijn. De cliëntenraad was daarom van mening dat zich gegronde redenen voordeden om aan een juist beleid of een juiste gang van zaken te twijfelen.

De Ondernemingskamer bevestigde dat het negeren van cliëntenraden bij dit soort ingrijpende processen een gegronde reden kan opleveren om aan een juist beleid of juiste gang van zaken te twijfelen, maar dat daar in deze zaak geen sprake van was. Ter beoordeling hiervan heeft de Ondernemingskamer onder meer gekeken naar de ernst en de frequentie van de schendingen, de aan de orde zijnde belangen en de wijze waarop betrokkenen in de praktijk uitvoering hebben gegeven of plegen te geven aan de medezeggenschap. Uit de overlegde correspondentie en notulen maakte de Ondernemingskamer zodoende op dat het bestuur van het ziekenhuis de cliëntenraad steeds uitgebreid van informatie heeft voorzien, er met de cliëntenraad in alle fasen van de besluitvorming intensief overleg is gevoerd en dat de cliëntenraad in de gelegenheid is geweest om zijn mening in te brengen, terwijl er geen aanleiding bestond dat het bestuur deze inbreng niet in zijn overwegingen heeft meegenomen. Daarnaast oordeelde de Ondernemingskamer naar aanleiding van een adviesaanvraag ingediend bij de cliëntenraad op 16 oktober 2014 én door gedane toezeggingen van het ziekenhuis dat het advies van de cliëntenraad wel degelijk nog van wezenlijke invloed op de besluitvorming kan zijn.

Door de gedane toezeggingen is de cliëntenraad blijkens het nieuwsbericht op SKIPR toch tevreden gesteld. Zo heeft het ziekenhuis onder andere toegezegd de adviezen van de medische staf, de ondernemingsraad en de cliëntenraad onafhankelijk van elkaar uit te laten brengen en elk op zijn merites te zullen beoordelen. Daarbij verduidelijkte het ziekenhuis dat de medische staf niet stemt over het voorgenomen besluit, maar daar louter een advies over uitbrengt. Tot slot gaf het ziekenhuis de cliëntenraad toestemming om externe hulp in te schakelen om een alternatief fusieplan door te laten rekenen op kosten van de instelling.

Hoewel de vorderingen van de cliëntenraad bij de Ondernemingskamer zijn afgewezen, verwacht het Netwerk van Cliëntenraden in de Zorg (NCZ) naar aanleiding van deze uitspraak dat de gang naar de Ondernemingskamer vanaf nu openligt voor cliëntenraden.

Met dank aan Michèle van Lopik.

Comments are closed.