Randen euthanasiewet worden opgezocht

Elk jaar verschijnt het jaarverslag van de regionale toetsingscommissies euthanasie redelijk geruisloos. Er komt een bondig nieuwsberichtje over in de landelijke kranten, de medische en juridische vakpers besteedt er iets uitgebreider aandacht aan, maar verder reikt de media-aandacht doorgaans niet. Dit jaar was dat anders.

Opvallende cijfers  

Het afgelopen jaar is door artsen 15% meer gevallen van euthanasie gemeld dan in 2012 (bijna 5.000 gevallen). De stijging van het aantal meldingen waarbij het lijden voortkwam uit een psychiatrische aandoening bedroeg zelfs 200%: van 14 naar 42 gevallen. Het aantal gevallen van dementie steeg met 130%: van 42 naar 97 meldingen. Zijn deze cijfers een aanwijzing dat sprake is van een hellend vlak in de Nederlandse euthanasiepraktijk sinds de inwerkingtreding van de euthanasiewet (‘Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding’, hierna: ‘Wtl’) in 2001?

Verruiming euthanasiepraktijk

Wie de jaarverslagen van de regionale toetsingscommissies euthanasie bestudeert, ziet dat uitvoerig verslag wordt gedaan van hoe de toetsing van de maatschappelijk controversiële gevallen heeft plaatsgevonden. Weliswaar zijn de beschrijvingen van de gevallen geanonimiseerd en ingekort, maar zij bieden al met al toch wel een adequate inkijk in het feitencomplex en de beoordeling. De jaarverslagen lijken een zorgvuldige, op toepassing van de Wtl gerichte praktijk weer te geven. Niettemin is duidelijk te zien dat in zowel getalsmatig als inhoudelijk opzicht een verruiming van de euthanasiepraktijk in Nederland gaande is.

Zorg of zegen?

Een belangrijke ethische en medisch-juridische vraag is natuurlijk of dat zorgelijk is. Het ziet ernaar uit dat de ruimte die de euthanasiewet biedt door artsen steeds meer gebruikt wordt; en dat deze praktijk wordt gehonoreerd door de toetsingscommissies. Ondanks dat de meldingen stijgen, is het aantal als onzorgvuldig getoetste casus met de helft gedaald (naar 5). Of de verruiming van de euthanasiepraktijk als een zorg of een zegen wordt beoordeeld, hangt in hoge mate af van de politieke of religieuze achtergrond die men heeft. Feit is dat die praktijk al besloten lag in de regels én de ratio van de Wtl, die sinds 2001 geldt.

Open normen

Een cruciale vraag is of de ontwikkelingen van de afgelopen jaren in de ‘geest’ van de wet zijn. De Wtl bestaat uit zogeheten ‘open normen’, met als de belangrijkste criteria ‘ondraaglijk en uitzichtloos lijden’ en ‘vrijwillig en weloverwogen verzoek’. Bij de interpretatie daarvan hebben de toetsingscommissies in de loop van de tijd op diverse terreinen verruimingen aanvaard. De veranderende (medisch-professionele, maar ook maatschappelijk-ethische) opvattingen over de aard en ernst van bepaalde typen lijden zijn daarbij leidend geweest, zoals over het lijden van patiënten met een langdurig en ernstig psychiatrisch verleden.

Mondiger patiënten

Ontwikkelingen in de medisch-professionele standaard en in de medische ethiek zijn van directe invloed op de toepassing van de wet. Dat is een rechtspolitieke keuze die al in 2001 is gemaakt. Naar mijn oordeel passen de verruimingen die de afgelopen tijd zijn gerealiseerd binnen de normatieve context die de rechter en de wetgever in de decennia daarvoor hebben gecreëerd. Wie nu protesteert over de huidige ontwikkelingen, is dus 13 jaar te laat. De mogelijkheden die de Wtl biedt, zijn lang onderbenut gebleven. Onder invloed van een veranderend medisch-ethisch kader en een mondiger patiëntenpopulatie worden de grenzen van de wet steeds meer opgezocht. Zolang dat zorgvuldig gebeurt, is daar niets mis mee.

Bekijk:

De aflevering van ‘Buitenhof’ met Sybrand Buma over de vrijheid van meningsuiting.

Comments are closed.