ACM: Zorgaanbieders mogen niet met elkaar overleggen over de afbouw/ombouw van intramurale capaciteit

De ACM heeft in een nieuwsbericht van 2 oktober 2014 geconcludeerd dat gezamenlijk overleg tussen zorgaanbieders over de afbouw/ombouw van intramurale capaciteit tot mededingingsrechtelijk risico’s leidt, ook wanneer dit op verzoek van het zorgkantoor of de gemeente gebeurt.

Dergelijk overleg kan er toe leiden dat er concurrentiegevoelige informatie wordt uitgewisseld tussen de zorgaanbieders, hetgeen de onderhandelingen met het zorgkantoor in negatieve zin beïnvloedt. Bovendien wordt de kans vergroot dat de zorgaanbieders onderling afspraken maken over marktverdeling, bijvoorbeeld wie welke capaciteit uit de markt haalt.

Het zorgkantoor

In haar nieuwsbericht en in een brief van 31 juli 2014 laat de ACM weten dat gezamenlijk overleg ook niet in aanmerking komt voor de uitzonderingsgronden van artikel 6 lid 3 Mededingingswet (i.e. de zogenaamde individuele vrijstelling). Volgens de ACM is het overleg over de afbouw/ombouw van capaciteit niet noodzakelijk. In plaats van overleg en afstemming tussen zorgaanbieders, dient het zorgkantoor de regie te nemen bij de afbouw/ombouw.

Het zorgkantoor kan zich op dit terrein dan wel individueel laten adviseren door stakeholders, zoals bestaande aanbieders, potentiële toetreders of gemeenten, maar mag niet de zorgaanbieders uitnodigingen om gezamenlijk overleg te voeren.

Advies

In de praktijk betekent dit dat zorgaanbieders er goed aan doen om niet met elkaar te overleggen over de afbouw/ombouw van intramurale capaciteit, ook niet wanneer een zorgkantoor of een gemeente (bijvoorbeeld in het kader van de WMO en de Jeugdwet) aandringt op een dergelijk overleg. Een zorgaanbieder kan wel bij een zorgkantoor erop wijzen dat deze een dergelijke regierol op zich dient te nemen en kan ook adviezen geven aan het zorgkantoor. Overleg of afstemming met andere zorgaanbieders vormt echter in principe een mededingingsrechtelijke inbreuk.

Comments are closed.