Casus LangeLand Ziekenhuis: aansprakelijkheidsrisico’s van het bestuur bij financiële noodsituatie

Afgelopen week heeft de ACM de Reinier Haga Groep een ontheffing gegeven om het LangeLand Ziekenhuis (LLZ) in Zoetermeer financieel te steunen. Deze ontheffing was nodig omdat er door de ACM nog niet definitief is beslist op de melding van de voorgenomen fusie tussen LLZ en de Reinier Haga Groep. Door deze ontwikkeling lijkt het LLZ eindelijk een omslag te kunnen maken om uit haar financiële noodsituatie te komen. Het bestuur van LLZ heeft met verschillende grote crediteuren afspraken weten te maken over selectieve (wan)betaling van haar schulden. Wat zijn hierbij de aansprakelijkheidsrisico’s waarmee het bestuur van LLZ de afgelopen jaren heeft geworsteld?

Selectieve betaling houdt in dat een bestuurder er in het belang van het ziekenhuis voor kiest om bepaalde crediteuren met voorrang boven anderen te voldoen. Het bedrijfsproces kan bijvoorbeeld sterk afhankelijk zijn van de continue levering van goederen en diensten door bepaalde crediteuren. Selectieve betaling is in principe toegestaan onder de wet.

Voor het bestuur ontstaat een aansprakelijkheidsrisico op het moment dat de onderneming in financiële problemen raakt. Ook in dat geval is selectieve betaling van crediteuren nog steeds geoorloofd en misschien zelfs noodzakelijk voor de overlevingskansen van het ziekenhuis. Echter, wat veranderd, is dat het bestuur niet langer alleen in het belang van de onderneming dient te handelen, maar – naarmate de financiële nood hoger wordt – ook steeds meer in het belang van alle crediteuren. De lastige hamvraag is dus: wanneer is voor het bestuur kenbaar dat het belang van de crediteuren zwaarder is gaan wegen dan dat van de onderneming? Vanaf dat moment benadeelt selectieve betaling namelijk de belangen van crediteuren en kan dit leiden tot bestuurdersaansprakelijkheid.

Zonder verdere kennis van de zaak zie ik op basis van het Skipr-bericht in ieder geval een benadelingsrisico voor een groep specialisten die nog een schadevergoeding van het LLZ tegoed hebben. Als het LLZ onverhoopt toch failliet zou gaan, dan is het niet ondenkbaar dat zij het bestuur om de hiervoor genoemde reden aansprakelijk stellen. Dat scenario lijkt in dit geval te zijn afgewend. De gehoopte financiële redding is dan toch gekomen.

Besturen die nog geen licht aan het einde van de tunnel zien, verkeren in een lastig dilemma. Het is voor hen in ieder geval belangrijk dat zij zich bewust zijn en blijven van de overlevingskansen van de zorginstelling en in dat kader blijven afwegen in hoeverre selectieve betaling daar nog positief aan bij kan bijdragen.

Comments are closed.