Tuchtcollege kritisch over onprofessionele consulent

Binnenkort besteedt Relevant, het blad van de NVVE, mede naar aanleiding van deze zaak aandacht aan de positie van consulenten bij euthanasie en hulp bij zelfdoding.

Inmiddels weten wij vrij goed aan welke eisen een arts die euthanasie of hulp bij zelfdoding uitvoert, moet voldoen. De toetsingscommissies euthanasie beschrijven in hun jaarverslag welke gevallen zij als ‘niet zorgvuldig’ beschouwen en op die manier worden de ‘open normen’ van de euthanasiewet (de zorgvuldigheidseisen) steeds concreter ingekleurd.

Dat geldt niet voor het handelen van de consulent; de tweede onafhankelijke arts die door de behandelend arts wordt ingeschakeld om zijn oordeel te geven over de voorgenomen euthanasie of hulp bij zelfdoding. De consulent blijft doorgaans buiten beeld. Immers, het handelen van de behandelend arts staat centraal, en niet het handelen van de consulent. De handelwijze van deze ‘tweede arts’ blijft daardoor onderbelicht en dat is te betreuren, aangezien hij een cruciale rol heeft in het besluitvormingsproces. Hoewel een negatief advies van een consulent volgens de wet helemaal niet hoeft te betekenen dat de voorgenomen hulp niet doorgaat (het is namelijk slechts een advies) werkt het in de praktijk vaak wel zo dat de behandelend arts dan gaat twijfelen aan zijn voornemen. Hij gaat dan vervolgens op zoek naar een andere consulent, hetgeen vertraging oplevert, of besluit zelfs helemaal af te zien van de euthanasie. Het is te begrijpen dat het voor de arts extra moeilijk is zijn beslissing door te zetten op het moment dat de consulent meent dat (nog) niet aan de zorgvuldigheidseisen is voldaan, maar of het oordeel van de consulent hout snijdt, wordt nergens getoetst.

En… wie is de consulent eigenlijk? Zoals bekend, kan hij een SCEN-arts zijn. In dat geval kan via (onder meer) de checklist Goede steun en consultatie bij euthanasie (KNMG 2012) een vrij concreet normatief kader worden vastgesteld waaraan zijn handelen moet voldoen. Maar het is ook mogelijk dat de consulent geen SCEN-arts is. Wat mag je dan verwachten van de consulent? Hoe moet hij zijn consultatie uitvoeren? Welke onderwerpen moet hij daarbij aan de orde stellen? Op welke wijze moet hij het gesprek met de patiënt voeren? Hoe moet zijn verslag aan de behandelend arts eruit zien? Mag hij volstaan met het opschrijven van een paar losse opmerkingen en observaties of moet het een uitvoerig beredeneerd oordeel zijn? Hoe snel moet hij aan de behandelend arts laten weten wat zijn oordeel is? Et cetera.

Medio 2013 heeft het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Amsterdam een belangrijke uitspraak gedaan op dit terrein. De feiten van de zaak zijn indringend. Een 46-jarige vrouw met een langdurig psychiatrisch verleden komt na een lang, uitputtend en vruchteloos behandeltraject in de psychiatrie tot de conclusie dat het leven haar te zwaar valt en dat zij niet verder wil leven. Haar huisarts besluit na uitvoerig wikken en wegen en na allerlei fysieke oorzaken van haar lijden uitgesloten te hebben, bereid te zijn haar hulp bij zelfdoding te verlenen. De echtgenoot en 13-jarige dochter van de vrouw zijn hiervan op de hoogte en kunnen de beslissing invoelen en begrijpen.

De huisarts gaat op zoek naar een onafhankelijk psychiater om de consulatie te verrichten en met name om de wilsbekwaamheid van zijn patiënte te laten toetsen. Het is nog niet zo gemakkelijk er een te vinden omdat de vrouw vele, vele psychiaters geraadpleegd heeft in de jaren daarvoor. Uiteindelijk vindt de huisarts een (hem onbekende) psychiater (niet zijnde SCEN-arts) die de vrouw nooit heeft behandeld en die bereid is de consultatie te verrichten. Een afspraak voor de consultatie wordt gemaakt en op de afgesproken avond verschijnt de vrouw, samen met haar echtgenoot, op de praktijk van deze psychiater.

De consultatie die daarop volgt, heeft wel heel weinig weg van een gestructureerde beoordeling van de zorgvuldigheidseisen en geschiedt ook nog op kwetsende wijze. De houding van de psychiater blinkt uit in botheid en onbegrip. Op weinig betrokken en weinig professionele wijze geeft hij de vrouw te kennen ‘Ik ga jou die gifbeker niet geven’ en tevens dreigt hij de huisarts “aan te geven” bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg als die de voorgenomen hulp bij zelfdoding doorzet.

Volkomen gedesillusioneerd en wanhopig verlaat de vrouw de praktijk van de consulent. Vier dagen later beneemt zij zichzelf het leven, waarbij haar echtgenoot aanwezig is en haar morele steun verleent. Deze steun moet hij duur bekopen: met een 11 maanden durend strafrechtelijk onderzoek vol strafrechtelijke toeters en bellen, waarvan hij als verdachte van hulp bij zelfdoding het middelpunt vormt. Pas 26 dagen na het consult stuurt de psychiater zijn consultatieverslag aan de huisarts. De echtgenoot besluit een tuchtklacht tegen de psychiater in te dienen.

Wat vond het tuchtcollege van deze psychiater? De tuchtrechter oordeelt dat het handelen van de consulent niet professioneel was en dat hij zich onzorgvuldig jegens de vrouw en haar echtgenoot heeft gedragen. Hij had een deugdelijk onderzoek moeten verrichten, hij had zijn conclusies over de wilsbekwaamheid van de patiënte moeten onderbouwen, hij had zijn oordeel dat het verlenen van hulp bij zelfdoding niet viel binnen de zorgvuldigheidseisen viel, moeten verduidelijken en hij had op korte termijn moeten zorgdragen voor een volledige, schriftelijke verslaglegging aan de huisarts. Dit laatste klemt temeer nu de psychiater vermoedde dat de vrouw zou overgaan tot suïcide. Het tuchtcollege verklaart de klacht gegrond en legt de psychiater een waarschuwing op. De psychiater heeft geen hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van het tuchtcollege.

Nu consulenten in de praktijk zo’n doorslaggevende rol spelen bij de beslissing of een voorgenomen euthanasie of hulp bij zelfdoding wordt doorgezet, is het terecht dat er een concreet normatief toetsingskader ontstaat voor hun handelen. Deze uitspraak is hiertoe een eerste stap.

Esther Pans is in deze zaak (pdf) opgetreden als advocaat van klager (de echtgenoot van de psychiatrisch patiënte)

Comments are closed.