Ziekenhuisdirecties kunnen bestraft worden voor regiomaatschappen van medisch specialisten

Een maatschap van medisch specialisten vormt niet langer een zelfstandige onderneming. Het bestuur van een ziekenhuis is aansprakelijk onder het mededingingsrecht voor regiomaatschappen of samenwerking tussen specialisten. Dit standpunt is ingenomen door de mededingingsautoriteit Autoriteit Consument & Markt (‘ACM’) in een onlangs gepubliceerd document. De ACM stelt dat de maatschappen onderdeel zijn van het ziekenhuis en geheel onder verantwoordelijkheid van de ziekenhuisdirectie vallen. Wanneer maatschappen van verschillende ziekenhuizen gaan samenwerken of fuseren zijn de directies van de respectievelijke ziekenhuizen aansprakelijk, indien daarbij afspraken worden gemaakt die de mededinging kunnen beperken.

Binnen regiomaatschappen worden vaak specialisatieafspraken gemaakt om te kunnen voldoen aan de normen van de IGZ of van specialisatieverenigingen. De ACM gaat er tot nu toe vanuit dat bij specialisatieafspraken de mededinging kan worden beperkt. Ziekenhuisdirecties worden hiervoor nu verantwoordelijk gehouden. Het is dus van groot belang dat directies op de hoogte zijn van de afspraken die binnen regiomaatschappen of in samenwerking met andere maatschappen worden gemaakt. De ACM heeft met haar standpunt explciet afstand genomen van de zelfstandigheid van maatschappen en legt een grote verantwoordelijkheid bij de ziekenhuisdirecties.

In Nederland is nog steeds 40% van alle medische specialisten vrij gevestigd, waarvan de meesten per specialisme werken in maatschapsverband. Steeds meer van deze maatschappen gaan samenwerken of fuseren met maatschappen van andere ziekenhuizen. Daardoor ontstaan er grote regionale- of stadsmaatschappen met daarin specialisten van verschillende ziekenhuizen. Uit een onderzoek van de Erasmusuniversiteit, in opdracht van de Nederlandse Zorgautoriteit (‘NZa’), blijkt dat een groot deel van de Nederlandse ziekenhuizen te maken heeft met dergelijke regiomaatschappen.

De samenwerking en fusies van maatschappen kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de zorg, bijvoorbeeld door specialisatie. Schaalvergroting is soms nodig voor grote investeringen en om aan de volumenormen te kunnen voldoen. Daarnaast bieden fusies mogelijk fiscale voordelen (namelijk het veiligstellen van fiscaal ondernemerschap), die vanaf 2015 bij de invoering van integrale tarieven van belang zijn.

De samenwerking kan ook de concurrentieverhoudingen op de zorgmarkt verstoren. Ook in de zorgsector is het niet toegestaan voor ondernemingen om concurrentieverstorende afspraken te maken, zoals marktverdeling. Toenemende samenwerking tussen maatschappen vergroot het risico dat zij concurrentieverstorende afspraken maken.

In het onderzoek van de Erasmusuniversiteit wordt er bovendien op gewezen dat grotere maatschappen zorgen voor een verschuiving van de machtsverhoudingen tegenover de ziekenhuisbesturen. Een instellingsoverstijgende maatschap heeft een sterkere positie ten opzichte van de ziekenhuisdirectie en kan bijvoorbeeld ziekenhuisdirecties tegen elkaar uitspelen. Meer specifiek kan een maatschap proberen om een groter deel van de gezamenlijke koek van het ziekenhuis op te eisen en mede te bepalen welke productie in welk ziekenhuis plaatsvindt. Dit zou ertoe kunnen leiden dat bepaalde vormen van zorg alleen nog maar in specifieke ziekenhuizen worden aangeboden.

De ACM vindt, in navolging van de Erasmusuniversiteit, dat de regiomaatschappen onwenselijk kunnen zijn omdat er niet altijd voldoende voordelen tegenover staan. De ACM wil dat de ziekenhuisdirecties meer invloed uitoefenen op hun maatschappen. Hiertoe heeft de ACM het standpunt ingenomen dat maatschappen geen zelfstandige ondernemingen zijn, maar samen met het ziekenhuis één economische eenheid vormen. Een fusie van maatschappen van verschillende ziekenhuizen kan door de ACM worden beschouwd als een verboden mededingingsbeperkende afstemming tussen de ziekenhuizen, waarvoor de besturen aansprakelijk worden gehouden. Wanneer maatschappen dus té ver gaan in hun samenwerking, loopt het bestuur van de ziekenhuizen een boeterisico wegens overtreding van het kartelverbod.

De ACM kan boetes opleggen ter hoogte van 10% van de omzet van het ziekenhuis en kan ook persoonlijke boetes opleggen aan de directieleden en leden van maatschappen. Ziekenhuisdirecties dienen dus goed op de hoogte te zijn van wat zich afspeelt in hun maatschappen en welke afspraken met andere maatschappen worden gemaakt.

Het lijkt voor de hand te liggen dat directies van ziekenhuizen op de hoogte zijn van het reilen en zeilen van hun maatschappen. Uit het onderzoek van de Erasmusuniversiteit blijkt echter dat het voor ziekenhuisdirecties steeds moeilijker wordt invloed uit te oefenen op hun maatschappen. Het is de vraag of het in die situatie redelijk is om de ziekenhuizen verantwoordelijk te houden voor het handelen van de maatschappen.

Tot slot heeft het standpunt van de ACM ook gevolgen voor het concentratietoezicht. Wanneer een onderneming wil fuseren of een andere onderneming wil overnemen dan moet dit indien bepaalde omzetdrempels worden overschreden worden gemeld bij de ACM. Nu de ACM maatschappen niet langer ziet als zelfstandige ondernemingen, wordt de fusie of overname van maatschappen niet langer gezien als een concentratie. De ACM ziet dit als een samenwerkingsverband tussen de desbetreffende ziekenhuizen; een concentratiemelding is niet aan de orde. Dit laatste standpunt is opvallend aangezien de Nederlandse Mededingingsautoriteit (de voorloper van de ACM) en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zich in 2007 nog op het standpunt stelden dat een fusie van maatschappen wél kan gelden als een concentratie. Van belang is dat wanneer in een ziekenhuis sprake is van een aantal regionale maatschappen, een additionele fusie van maatschappen ertoe kan leiden dat door de ACM wordt aangenomen dat sprake is van een fusie van de ziekenhuizen zelf, die vooraf moet worden goedgekeurd.

De ziekenhuisdirecties kunnen door dit nieuwe standpunt van de ACM in een lastig parket komen en zullen goed moeten controleren wat er binnen hun ziekenhuis gebeurt en waar hun maatschappen zich mee bezighouden.

Comments are closed.