Aanvullende voorwaarden winstuitkering door zorgaanbieders

Het wetsvoorstel ‘Winstuitkering door aanbieders van medisch-specialistische zorg’ is in februari 2012 door het kabinet geïntroduceerd. Door de val van het kabinet Rutte I heeft de behandeling van het wetsvoorstel stilgelegen tot 18 februari 2013. Op die datum is door Minister Schippers een aangepaste tekst van het wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd. De nieuwe tekst is een uitwerking van het huidige Regeerakkoord. Het wetsvoorstel wordt overigens niet geraakt door de plannen van de minister om het wetsvoorstel voor de Wet cliëntenrechten zorg op te knippen.

In de nieuwe tekst zijn twee extra voorwaarden opgenomen voor de uitkering van winst door zorgaanbieders. Zo geldt er een solvabiliteitstoets en dienen zij voorafgaand aan de winstuitkering ten minste drie aaneengesloten jaren een positief resultaat uit hun normale bedrijfsvoering te hebben behaald. Een ander belangrijke toevoeging is de plicht voor zorgaanbieders om na iedere winstuitkering aan de NZa te verantwoorden dat aan alle voorwaarden voor uitkering was voldaan.

Solvabiliteitstoets

De zorgaanbieder moet na een winstuitkering blijven beschikken over een solvabiliteitsmarge van ten minste 20 %. Met solvabiliteit wordt het eigen vermogen uitgedrukt als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat uit verschillende onderdelen, waaronder het aandelenkapitaal en reserves. De wetgever zondert voor de solvabiliteitstoets van het eigen vermogen de positieve herwaarderingsreserves uit. Deze reserves ontstaan door bijvoorbeeld een positieve herwaardering van inventaris of goodwill. Volgens de wetgever kan de liquiditeit (het vermogen om aan korte termijnverplichtingen te voldoen) van de zorgaanbieder onder druk komen te staan als de solvabiliteit te veel uit deze ongerealiseerde reserves zou bestaan. Negatieve herwaarderingsreserves worden wel tot het eigen vermogen gerekend. De wetgever rechtvaardigt dit onderscheid omdat het een voorzichtig winstbeleid voor staat.

Indien de zorgaanbieder die winst wil uitkeren deel uit maakt van een concern, dan telt ook de solvabiliteitsmarge van de maatschappij mee die binnen de groep op het hoogste niveau bedrijfsmatig zorg verleent. Dit betekent dat de toets zich niet uitstrekt tot de investeerders die aan de top staan van een groep waarbinnen een zorgaanbieder winst wil uitkeren, omdat deze geen zorg verlenen.

Structureel positief resultaat

Het resultaat uit de normale bedrijfsuitoefening van de zorgaanbieder dient ten minste 3 jaar op rij positief te zijn voordat winst mag worden uitgekeerd. Hiermee beoogt de regering te voorkomen dat structureel niet gezonde zorgaanbieders toch winst mogen uitkeren. Bij de vaststelling van het resultaat uit de normale bedrijfsuitoefening worden de buitengewone baten en lasten niet meegerekend. De wetgever vermeldt uitdrukkelijk dat het hier om zeer uitzonderlijke situaties gaat. Daaronder vallen in ieder geval niet lasten die gemoeid zijn met reorganisaties of debiteurenafboekingen en baten voortvloeiend uit de verkoop van bedrijfsonderdelen en onroerend goed.

Verantwoording aan de NZa

Voor wat de naleving van de voorwaarden betreft, is in het voorstel voor zorgaanbieders de verplichting opgenomen dat zij binnen 3 maanden na een winstuitkering aan de NZa moeten verantwoorden dat is voldaan aan alle voorwaarden, inclusief de voorwaarden die al in het wetsvoorstel zijn opgenomen (zie hieronder voor een overzicht). Bij niet naleving kan de NZa onder andere bestuurlijke boetes of een last onder bestuursdwang aan de zorgaanbieder opleggen.

Overzicht van de voorwaarden voor winstuitkering door een zorgaanbieder:

  • is een B.V., N.V., coöperatie of een rechtspersoon naar buitenlands recht;
  • blijft na een uitkering van winst en, indien van toepassing, ook het hoofd van de zorgaanbiedersgroep beschikken over een solvabiliteitsmarge van ten minste 20 %;
  • ten minste 3 jaren achtereenvolgend is een positief bedrijfsresultaat behaald;
  • beschikt over een voldoende veiligheidsmanagementsysteem;
  • het bestuur heeft het uitkeringsbesluit goedgekeurd;
  • het toezichthoudend orgaan is gehoord (indien aanwezig);
  • beschikt niet over een garantie als bedoeld in de Garantieregeling Inrichtingen voor Gezondheidszorg 1958;
  • heeft geen steun ontvangen als bedoeld in artikel 56a van de Wet marktordening gezondheidszorg;
  • er rust geen aanwijzing, bevel of last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang op de zorgaanbieder.

Comments are closed.